kattenmens

Toen ik in ’83 na een stukgelopen relatie alleen in mijn gehuurde huisje bleef zitten leek het me gezellig om een harig huisgenootje te nemen. Toevallig zag ik in ons personeelsblaadje een advertentie dat ik ergens een katertje van 9 maanden kon ophalen. Dat was Sammie. Hij heette eigenlijk Bud – zijn baasjes waren Amerikanen, vandaar – maar dat vond ik geen leuke naam. Sammie dus. Een lieve rode kater, nog niet je-weet-wel maar dat was hij wel heel gauw nadat hij bij me kwam wonen.

Sammie was speciaal, alleen had ik dat toen niet in de gaten. Hij kon namelijk apporteren. Als ik een (schuim)balletje of propje weggooide kwam hij me dat altijd fijn terugbrengen, vol verwachting of ik dat balletje of propje weer weg zou gooien. Hij was een superlief vriendje, maar helaas was hij een keer niet voorzichtig genoeg bij het oversteken van de drukke straat voor mijn huis …

Na Sammie duurde het járen voordat er weer een huisdier kwam in mijn huishouden van inmiddels vijf personen. Onze zonen vonden het maar niets dat wij geen dier in huis hadden, en aldus kwam Quibus bij ons wonen. Quibus was een jonge zwarte kater van vijf maanden oud en deed zijn naam eer aan: hij was een apart geval. Aanvankelijk was hij erg schuw (hij kwam van een boerderij en was niet voldoende gesocialiseerd) maar later werd hij toch aanhankelijk. Hij werd een fervent jager, was heel graag buiten en luisterde als ik hem riep. Helaas keek ook hij een keer te vaak niet uit bij het oversteken ….

Na Quibus kwamen Zipper en Bibi bij ons wonen, broer en zus. Dat leek me wel gezellig. Het was zó leuk om ze samen te zien spelen en slapen. Helaas werd Zipper binnen het jaar ongeneeslijk ziek en moesten we hem laten inslapen. Omdat we het niet leuk vonden dat zijn zusje nu alleen was haalden we een zusje voor haar erbij, dat was Mupke. Tja, wat zal ik zeggen: zoals zussen kunnen zijn, zo verhielden de dames zich. Zo ongeveer als kat en euh …. hond dus.


Mijn eerste kater was rood, en toen een vriendin een nestje jonge katjes had met een rode kater erbij kon ik niet anders dan zwichten. Sammie 2 kwam bij ons wonen. Dol dwaze Sammie, de clown van de kattenfamilie. Wat hebben we met en om hem gelachen, wat kon hij zijn zussen goed plagen.

Tja, en toen kwam de dag dat hij niet meer naar huis kwam ….. Wat hebben we gezocht en de diverse instanties afgebeld. Helaas pindakaas, Sammie bleef weg. In die tijd raakten meerdere katten in onze straat ofwel ernstig gewond (eentje met twee overgebroken poten) of verdwenen als sneeuw voor de zon (vier). Er woonde (en woont waarschijnlijk nog) een heuse kattenhater in de straat, maar we hebben nooit echt kunnen achterhalen wie het was. Het was in ieder geval niet een van de vele kattenbezitters.

Toen Mupke acht was werd ook zij ongeneeslijk ziek, en ook haar moesten we laten inslapen. Triest. Achteraf denken we dat onze Bibi draagster was van de een of andere besmettelijke kattenziekte en haar broer en zus besmette zonder aanvankelijk zelf ziek te worden.

Een aantal jaren geleden werd ook Bibi ongeneeslijk ziek, en ook haar moesten we laten inslapen. Zij was bijna 14, onze lieverd.

Sindsdien heb ik geen eigen kat meer gehad, ik ben nu alleen nog oppas van de kat van oudste en jongste tijdens hun vakanties en van Arri indien nodig.



Voorlopig vind ik het goed zo. Maar of ik dat volhoud …. En als, dan wordt het een binnenkat, dat in ieder geval.

Advertenties